Werk
Opleiding tot ondernemingshoofd
Welke maatregel ?
Vrijstelling van stempelcontrole met behoud van werkloosheidsuitkering.
Voor wie ?
Werklozen die een opleiding tot ondernemingshoofd volgen.
Voorwaarden en aanvragen: VDAB
Voorbereiding zelfstandig beroep
Welke maatregel ?
Vrijstelling van stempelcontrole gedurende drie maand voor de start van het bedrijf.
Voor wie ?
Werklozen die zich willen voorbereiden op hun vestiging als zelfstandige en reeds 156 dagen volledig werkloos zijn.
Startlening
Welke maatregel ?
Een lening tegen gunstvoorwaarden.
Voor wie ?
Werklozen die een zelfstandige activiteit beginnen en over onvoldoende startkapitaal beschikken. Voorwaarden en aanvragen: Participatiefonds
Terugkeer van zelfstandig beroep tot werkloze
Welke maatregel ?
Werkloosheidsuitkering voor zelfstandigen die hun activiteit stopzetten.
Voorwaarde ?
Stopzetten van de zelfstandige activiteit binnen de 6 jaar na de start.
Opmerking
Ook de loontrekkende die vrijwillig zijn arbeidsovereenkomst opzegt om zelfstandig te worden kan van deze maatregel genieten. Hij moet dit wel op voorhand aanvragen aan de VDAB.
Ontdek meer artikels over Werk.
- Betreedt een gast het restaurant, dan gaat het personeelslid steeds voor de gast uit om hem naar zijn plaats te begeleiden. Dit geldt ook voor het bestijgen en afdalen van een trap. Hij verontschuldigt zich echter eerst met de woorden: “Mag ik u even voorgaan?” of “Staat u me toe?” of nog “Wilt u me volgen, mevrouw, mijnheer?”.
- Het serveerpersoneel loopt steeds links van de gast of de directie.
- In een restaurant wordt nooit gehold, want dat wekt onrust bij de gasten, die komen om zich te ontspannen. In drukke ogenblikken is een vlotte dienst evenzeer met een versnelde pas uit te voeren.
- Ook tact en gereserveerdheid sieren het personeel. Deze twee eigenschappen worden vooral verzilverd in het restaurant, waar het contact gast – serveerpersoneel door de omstandigheden heel nauw is. Hier leren we de gast kennen met zijn gaven en gebreken, maar de eigen opinie hierover mag nooit blijken uit houding of toon.
- Kletsmajoren of roddeltantes zijn in dit beroep zeker uit den boze.
Het getuigt van een verdachte stijl steeds over anderen te praten of iets aangedikt verder te vertellen.
- Onbeleefdheid, opdringerigheid of een misprijzende gelaatsuitdrukking blijft eveneens achterwege. Zo zal het personeelslid alle buitenissigheden van de gast, die niet in strijd zijn met de gangbare moraal, zonder verpinken, zonder spot aanzien. Betekenisvolle knipoogjes of andere blikken van verstandhouding met een ander personeelslid, vangt de geviseerde gast of een andere genodigde onverhoopt toch wel op.
- Luidruchtig de neus snuiten, geeuwen, met de handen over het haar strijken, in oren neus en tanden peuteren zijn een flagrant voorbeeld van gebrek aan wellevendheid.
- Vertoon van rijkdom, zeker in het restaurant, is misplaatst; dus geen kostbare ringen, geen buitenissige oorringen, uurwerken of andere excentrieke sieraden, of wou soms iemand de na-ijver van de gast opwekken of rondlopen als kerstboom?
- Eenzelfde onberispelijk gedrag zal zonder onderscheid betoond worden tegenover jong en oud, arm of rijk. Deze twee groepen krijgen rustige hulp en het serveerpersoneel waakt erover dat de andere gasten niet voor hun beurt gaan ten koste van hen.
- Ook de vaste gast is een warm welkom waard. Toon dat zijn trouw aan de zaak waardering geniet. Zorg voor een persoonlijke sfeer, vergeet niet waar hij van houdt en hoe bij het liefst wil behandeld worden, want een vaste gast is een kostbaar bezit.
- Onderbreek de gasten nooit met een geblaseerd “Oh, dat ken ik!”, “Ik weet het al!”, “Ik zie al wat het is!”. Dit zijn eufunismen voor: “Zwijg maar! “.
- Drank wordt altijd voor het gepaste gerecht geserveerd, maar water kan van in het begin tot het einde van het menu geschonken worden. Algemeen geldt, dat eens het volgende gerecht geserveerd is, de kelner de bevuilde glazen van het vorig gerecht mag afruimen. Is het wijnglas nog half gevuld, dan misstaat het nooit de mening van de gast hieromtrent te vragen. Voor het dessert dienen alle wijnglazen afgeruimd te worden, maar waterglazen mogen blijven staan.
- Verander tijdig de asbakken, zelfs al ligt er tijdens de maaltijd een brandende sigaret op. Hiertoe plaatst je een propere asbak op de bevuilde, zodat dit deksel het wegvliegen van as verhindert; vervolgens zet zij de zuivere asbak op tafel.
- De voor het volgende gerecht overbodige garnituren zoals toast, uitjes, peterselie, e.a. dienen afgeruimd vooraleer het volgende gerecht te serveren.
- Bij warme gerechten horen warme borden, die zo dicht mogelijk bij de te serveren schotel staan om zo rationeel mogelijk te werken en morsen te vermijden.
- Bevlekt een opdienster of gast het tafellaken, dan bedekt de opdienster deze vlek met een proper servet. Hiermede is het euvel verholpen. Erger is, als de kelner op de kledij van de gast morst. Na de gebruikelijke verontschuldigingen haalt hij een kommetje met warm water en een proper servet en biedt ze de gast aan. Als de vlekken werkelijk hardnekkig zijn is de zaak verantwoordelijk voor de schade.
- Wat op de grond valt, onmiddellijk verwijderen: het kleinste stukje groente of het minste beetje saus kan een erge val veroorzaken.
- Bij materieelbreuk ruim je onmiddellijk de stukken op.
- Nogmaals dient aangestipt dat een dienstservet alleen tijdens het serveren gebruikt wordt en daarbuiten netjes over de voorarm rust of tussen elleboog en lichaam gekneld zit (niet onder de oksels). Het spreekt vanzelf dat als de opdienster aan de dientafel werkt, hij zijn servet netjes geplooid op een hoek van de dientafel legt en niet op zijn voorarm houdt. In geen geval doet het dienservet dienst als zweetdoek, stofdoek of zakdoek.
Deze opsomming is zeker nog aan te vullen, maar laten we samenvatten dat wellevendheid voor het personeel in het restaurant betekent dat hij steeds deze gedachte zal koesteren: “Hoe bespaar ik de gasten ongemak, hoe laat ik hen voelen dat ik hen hoog schat en hun verblijf aangenamer wil maken?” Tot slot nog dit ter overweging: ‘Als de klant koning is, bezit het serveerpersoneel adellijke manieren’.
Ontdek meer artikels over Werk.
- Voldoende in aantal en aangepast van formaat
- Soort aangepast aan het brandrisico en van types die voldoen aan de normen
- Goed zichtbaar plaatsen; bij ingangen of centraal (niet achter een deur bv.)
- Alle toestellen moeten steeds bereikbaar en gebruiksklaar zijn
- De plaats van brandblusmateriaal moest aangeduid zijn. Handblustoestellen mogen te hoog noch te laag hangen (goede reikhoogte kiezen)
- CO2-toestellen niet in de zon of naast warmtebron hangen.
Ontdek meer artikels over Werk.
Oorzaken
- onvoorzichtig roken
- elektriciteit
- centrale verwarmingsinstallaties en open vuren
- statische elektriciteit
- (licht) ontvlambare producten
- brandstichting
Invloeden
- de verschillende soorten stoffen die zich op de plaats van de brand bevinden
- de manier waarop die materialen verdeeld zijn
- de hoeveelheid
- de luchtaanvoer
- de tijd tussen het ontstaan van de brand en het in werking stellen van de blusmiddelen
Ontdek meer artikels over Werk.
Al verschillende verzekeringen (vb. verzekering tegen arbeidsongevallen, ziekteverzekering, schuldsaldoverzekering, bij een hypothecaire lening, werking R.S.Z., …) werden hier op deze website informatief toegelicht
Buiten deze verzekeringen zijn er ook nog en zelfs verplicht voor een zelfstandige andere verzekeringen.
Voorbeelden:
Verzekering gewaarborgd inkomen (niet verplicht)
Deze verzekering kan nuttig zijn bij zelfstandigen. Indien je als zelfstandige je activiteiten niet verder kunt zetten door een langdurige ziekte of ongeval, ontvang je de eerste 3 maanden geen vergoeding van het ziekenfonds. Het is slechts vanaf de 4de maand arbeidsongeschiktheid dat je een geringe uitkering ontvangt. Door het afsluiten van deze verzekering krijg je recht op een gewaarborgd inkomen voor een bepaalde periode.
Burgerlijke aansprakelijkheid (verplicht)
De zelfstandige moet een verzekeringspolis voor burgerlijke aansprakelijkheid afsluiten. De lichamelijke schade, toegebracht aan een klant ontstaan door een fout of onvoorzichtigheid van de uitbater zelf of door een personeelslid, valt onder zijn verantwoordelijkheid.
Vandaar dat het logisch is dat de uitbater zich voor alle mogelijke risico’s waaraan een klant blootgesteld is, moet indekken.
Buiten de meest voorkomende ongevallen (bv beschadigde kledij, brandwonden, …) blijkt uit de wet dat ook lichamelijke schade voortkomend uit brand en ontploffing moeten verzekerd worden.
Ontdek meer artikels over Werk.
Werken met gekromde romp of geheven armen, lange tijd knielen of hurken en het voortdurend herhalen van dezelfde beweging in dezelfde houding en met dezelfde krachtinspanning kan zoveel mogelijk vermeden worden.
Enkele tips:
- De werkplek wordt zodanig georganiseerd dat de werkhouding zo weinig mogelijk vermoeit (armen langs het lichaam, schouders in rust, hals niet gebogen, geen draaiing van polsen of armen, … ).
- Lasten moeten slechts af er toe manueel verplaatst worden. De lasten zijn licht en makkelijk vast te grijpen en te hanteren. Bij het verplaatsen kan een draaiing in de romp vermeden worden. De afstand en hoogte om de lasten te grijpen en neer te zetten is comfortabel.
- Zware lasten of lasten die frequent moeten worden verplaatst, kunnen gehanteerd worden met behulp van mechanische hulpmiddelen (takel, kar, riem, … ).
- Werknemers die voor een groot deel van hun normale werktijd gebruik maken van beeldschermapparatuur kunnen het werk op gezette tijden onderbreken door rustpauzes of andere activiteiten.
- Het beeld op een beeldscherm is stabiel, zonder flikkering, en goed leesbaar. Er zijn op de werkpost waar beeldschermen staan geen storende reflecties, glans of spiegelingen aanwezig, die de gebruiker kunnen hinderen.
- Het meubilair van een kantoor met beeldschermen (tafel, stoel, … ) is makkelijk verstelbaar, zodat het kan worden aangepast aan de behoeften van de gebruiker. Er is voldoende ruimte om een comfortabele houding aan te nemen, en om veranderingen van houding en werkbewegingen mogelijk te maken. Handen en armen van de gebruiker kunnen voldoende worden ondersteund.
- In geval van staand werk is het werkvlak zodanig geplaatst dat de werkhouding comfortabel is: schouders ontspannen, armen langs het lichaam, voeten vrij op de grond of op een comfortabele voetsteun, … Bij voorkeur kunnen de dijen en/of de armen op comfortabele wijze worden ondersteund.
- Op een werkpost is geen lawaai dat ongemak of verstrooidheid kan veroorzaken. Het is mogelijk een normaal gesprek te voeren op 1 meter afstand. Indien er toch storend lawaai is dat niet kan vermeden worden, is gehoorbescherming beschikbaar voor de werknemers.
Ontdek meer artikels over Werk.
« Meer artikelen
Geen artikelen meer