Producten
Vaak vraagt men zich af of men zijn vitaminen en mineralen uit de voeding of uit supplementen moet halen. Het antwoord daarop luidt: uit allebei. Het is natuurlijk ideaal en optimaal – en ongetwijfeld het meest natuurlijk – je vitaminen en mineralen binnen te krijgen met je gewone dagelijkse eten.
Door de luchtvervuiling echter zitten er tegenwoordig steeds minder vitaminen en mineralen in groente en fruit. Bomen en gewassen steken immers al hun energie in het afweren van giftige stoffen.
Zowel vitaminen en mineralen hebben bekende en onbekende eigenschappen die essentieel zijn voor een goede gezondheid. Een tekort aan deze stoffen leidt tot ziekte en, als het maar lang genoeg duurt, uiteindelijk tot de dood.
Ontdek meer artikels over Producten.
Hoewel de voedingswaarde van de vezels miniem is hebben we ze toch hard nodig om de spijsvertering te reguleren en het voorkomen van ingewandstoornissen.
De vijf belangrijkste stoffen waaruit vezels scheikundig gesproken bestaan zijn:
- Cellulose: aanwezig in zemelen, granen en wortels.
- Hemicellulose: aanwezig in aubergines, radijsjes en granen.
- Pectinen: vooral aanwezig in fruit.
- Gomstoffen: aanwezig in havermeel- of vlokken.
- Lignine of houtstoffen: aanwezig in geroosterde volkorenprodukten, peren en zemelen van zaden.
Ontdek meer artikels over Producten.
In de jaren ‘70 hadden eieren het zwaar te verduren door de grote angst voor cholesterol. Eieren zijn namelijk een van de meest veelzijdige en voedzame levensmiddelen.
Een ei levert 6 tot 7 gram eiwit en maar 360 kilojoules. Hoewel er 6 gram vet in een ei zit bevat het ook veel lecithine, een stof die een rol speelt bij de afbraak van cholesterol in het lichaam.
Eieren zitten vol kalk (27 mg. calcium per ei en ze zijn rijk aan vit. A: 585 IE per stuk ). Ze bevatten ook nog fosfor, kalium, natrium, ijzer, riboflavine, thiamine en niacine.
Ontdek meer artikels over Producten.
Eiwitten zijn nog steeds het belangrijkste ingrediënt van de voeding. Spierweefsel is tenslotte opgebouwd uit eiwitten. Er is dan ook een grote overeenkomst in samenstelling tussen het wit van een ei en de groep stoffen die we eiwitten of ook proteïnen noemen.
We vinden eiwitten in plantaardige of dierlijke voedingsstoffen en in elke cel van het menselijk lichaam. Spierweefsel bestaat weliswaar uit 70 % water, maar daarnaast ook uit 20 % eiwit. Als we dat water even wegdenken zien we dat eiwit de belangrijkste bouwsteen is die overblijft.
Van grote hoeveelheden water te drinken krijgt men geen grote spieren evenals van eiwit. Een beetje eiwit extra is normaal gezien genoeg om spiermassa op te bouwen. In principe worden de spieren wel groter als je meer eiwit eet.
Je moet daarbij wel bedenken dat het lichaam niet meer dan 10 gram eiwit per uur kan opnemen. Een van de vervelende gevolgen van teveel eiwit is darmvergiftiging.
De voornaamste eiwitproducenten zijn melk en eieren, orgaanvlees en spiervlees. Over het algemeen is dierlijk eiwit beter dan plantaardig maar een combinatie tussen die twee is natuurlijk het ideaal.
Ontdek meer artikels over Producten.
Vlees bestaat uit een aantal voedingsstoffen. Afhankelijk van de het soort vlees en het dier is de inhoud wel anders. Een overzicht.
Extractiestoffen
Dit zijn stikstofhoudende stofwisselingsproducten van eiwitten. De hoeveelheid is afhankelijk van de soorten de leeftijd van de dieren (meer bij oude dan bij jonge dieren). Ze worden vooral tijdens de bereiding van het vlees ontwikkeld en hebben een opwekkende geur en smaak.
Purinestoffen
Dit zijn afbraakproducten die voortkomen van de splitsing van de nucleoproteiden of kerneiwitten. Ze geven in het lichaam aanleiding tot het vormen van urinezuur, een stof die door gezonde mensen in matige hoeveelheden langs de nieren uit het lichaam kan verwijderd worden. Bij te grote hoeveelheden blijven resten in het lichaam achter en geven aanleiding tot verschillende stoornissen (vb: jicht).
Het gehalte purinestoffen is groter in het organenvlees dan in hét spiervlees.
Minerale zouten
Ongeveer 1% (10 gr per kg). Ze geven aan het vlees de smaak en activeren de enzymen tijdens het rijpen of teren van het vlees. Voornamelijk bij ham.
Vitaminen
Komen in het spiervlees in kleine hoeveelheden voor. Spiervlees bevat van het B – complex, vooral vitamine B1en B2 en PP. Het organenvlees is echter rijk aan de vitaminen A, B, C en PP.
Water
Gemiddeld voor 76% aanwezig in vlees. Bij de bereiding door koken, bakken en braden gaat een deel van het water verloren. Het verlies aan water gaat bij gekookt vlees tot ongeveer 40%, bij gebraden tot ongeveer 23%.
Eiwitten
Vlees bevat ongeveer 20% eiwitten.
Vetten
Veranderlijk volgens het stuk vlees. Vet vormt steeds een bestanddeel van vlees. Zo bevat een mager biefstuk nog steeds 3% vet.
Koolhydraten
Ongeveer een halve tot één procent. Ze hebben weinig waarde als voedingsstoffen, wel tijdens het besterven.
Ontdek meer artikels over Producten.