Kinderen

Enuresis

Onvermogen om de urine op te houden overdag en/of ’s nachts op een leeftijd waarop de meeste kinderen zindelijk zijn. Voor bedwateren neemt men de leeftijd van 5 à 6 jaar. Voor enuresis overdag neemt men 4 jaar.

Er zijn kinderen die nooit zindelijk waren. Men noemt dit primaire enuresis. Er zijn kinderen die na een droge periode van minstens 6 maanden opnieuw hun broekje natmaken. Men noemt dit secundaire enuresis.

Een grondig onderzoek naar de verschillende factoren, zowel lichamelijke als psychische en sociale, moet plaatshebben vooraleer een bepaalde behandeling wordt gestart.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

Encopresis

Men spreekt van “encopresis” wanneer kinderen zich na de leeftijd van 4 jaar regelmatig ontlasten in hun broekje of op een andere plaats dan het potje of de wc.

Er zijn kinderen die nooit darm controle hadden voordien. Men noemt dit primaire encopresis. Er zijn kinderen die gedurende minstens 6 maanden darm controle hadden en opnieuw in hun broekje gaan doen. Men noemt dit secundaire encopresis.

Bij kinderen met encopresis ontbreekt vaak de gewaarwording van een volle darm, zijn de darmsamentrekkingen onvoldoende en/of heeft er een voortschrijdende verstopping plaats, waardoor het onderste gedeelte van de darm vol stoelgang raakt en zich uitzet, met het gevolg dat het kind op bepaalde momenten het teveel aan stoelgang verliest zonder dat het dit kan tegenhouden.

Het normaliseren van deze functie van de darm vraagt veel inspanning en geduld van het kind, de ouders en de hulpverlener, omdat de darm maar’ zeer traag zijn normale elasticiteit en functie terugkrijgt. Deze inspanningen en dit geduld, ondersteund door wederzijds vertrouwen en begrip, worden na verloop van tijd echter ruimschoots beloond.

Elk geval van encopresis moet individueel worden bekeken. Alle beïnvloedende factoren, zowel lichamelijke als psychische en sociale, moeten tegen elkaar worden afgewogen om de behandeling te starten.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

Zindelijk kind tijd

Tussen de eerste kennismaking met het potje en het ogenblik dat het kind zindelijk is, kunnen wel enkele weken, enkele maanden of een jaar voorbijgaan. Ook dit zal van kind tot kind verschillen. Vaak is het zo dat hoe vroeger u ermee begint, des te langer het duurt voor u resultaat verkrijgt.

Vanaf dit ogenblik is het mogelijk dat uw kind af en toe nog eens zijn broekje nat- of vuilmaakt. Dit is normaal: het kind heeft nl. een vaardigheid geleerd die in de beginperiode nog niet erg standvastig is. Over het algemeen is een kind ook vlugger droog overdag dan ’s nachts. Meisjes zijn vaak iets vlugger zindelijk dan jongens.

Komt er een periode dat uw kind weer regelmatig in zijn broekje doet, dan kan dit verschillende redenen hebben.

• Is uw kind ziek?
• Komt uw kind pas uit het ziekenhuis?
• Durft uw kind niet meer op het potje omdat het een branderig gevoel heeft bij het plassen of wat verstopt is en daardoor pijn heeft bij het drukken?
• Is er pas een broertje of zusje bijgekomen?
• Bent u pas verhuisd en voelt het kind zich nog onwennig in het nieuwe huis?
• Gaat uw kind pas naar school of heeft het problemen op school?
• Zijn er problemen thuis, waardoor uw kind aandacht mist of zich angstig voelt?

Overloop bij uzelf deze vragen. Zo kunt u misschien achterhalen waar het schoentje wringt en kunt u er wellicht zelf iets aan doen of kunt u aan de arts wenken geven om het probleem vast te stellen en/ of op te lossen.

Het is niet altijd gemakkelijk om te achterhalen hoe het komt dat een kind weer onzindelijk is of nog onzindelijk is op een bepaalde leeftijd.

Belangrijk is dat de ouders weten dat hun kind lang niet het enige kind is met dit probleem.
Enuresis en encopresis stellen de ouders en de hulpverleners voor een probleem, maar vooral het kind zelf heeft hieronder vaak erg te lijden.

Een groter kind dat zijn broekje nog nat- of vuilmaakt wordt ten onrechte heel vaak door andere kinderen maar ook door volwassenen hardhandig aangepakt. Vooral als het op schoolleeftijd nog gebeurt en zeker indien het encopresis betreft, is het kind hierdoor voorwerp van spot, waardoor het uit de groep wordt buitengesloten. Het kind ervaart dit als bijzonder pijnlijk.

Begrip voor zijn situatie is noodzakelijk om het kind te helpen op zijn weg naar rijping en/ of de oplossing van zijn probleem.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

Zindelijkheidstraining: tips om het proces te bevorderen

• Hou de sfeer rond de zindelijkheidstraining plezierig en speels.
• Geef uw opdrachten duidelijk, kort en in voor uw kind begrijpelijke woorden.
• Als uw kind zover is dat het op een potje kan, prijs het om zijn prestatie. In de eerste periode zal het zeker trots laten zien wat het gemaakt heeft. Laat het kind samen met u of zelf het potje omspoelen of het hoopje doortrekken.

Meer tips
• Prijs uw kind telkens als het erin slaagt te doen wat van hem wordt verlangd. Probeer niet te reageren wanneer het er niet in slaagt. Het belonen van elk succes zal herhalingen van dit succes stimuleren. Naarmate het zindelijkheidsproces verder in de gewenste richting evolueert, zal de beloning stilaan verminderen. Belonen kan in de vorm van woorden, kleine tastbare dingen of een aai.
• Probeer tijdens het Zindelijk worden de luier weg te laten. Een luier dient immers om te worden nat- of vuilgemaakt.
• Begin daarom het liefst in de zomerperiode met de zindelijkheidstraining. Het kind kan dan zonder bezwaar in een klein broekje of met blote billetjes buiten lopen. Het kan in de zomer ook ’s nachts een tijdje nat liggen zonder kou te vatten.
• Berg het potje gedurende enkele weken weg als uw kind er bang van is. Probeer het later voorzichtig opnieuw. Dwingen heeft geen enkele zin.
• Noem een natte of vuile luier nooit vies. Het kind begrijpt deze reactie helemaal niet. Het voldoet immers aan een normale behoefte zolang het niet rijp is om regelmatig op een potje te gaan.
• Stel het op een potje gaan niet voor als een straf.
• Zeg niet dat het kind stout is wanneer het toch zijn broek of bed vuilmaakt. Het kind voelt vaak pas dat het moet plassen op het ogenblik dat zijn sluitspieren al loslaten. Als op dat ogenblik het kind in zijn spel is verdiept of als het potje niet binnen zijn bereik staat, is het vlug te laat.
• Spreek niet voortdurend met anderen over het nog niet zindelijk zijn van uw kind terwijl het kind zelf erbij is.
• Laat in het begin een kind niet helemaal alleen op het potje in de wc-ruimte zitten. Dit kleine hokje schrikt hem misschien nog af. Dit kan uiteraard worden voorkomen door het kind al vroeger met het toilet vertrouwd te maken.
• Begin niet met zindelijkheidstraining vlak voor er in het leven van uw kind iets belangrijks gaat gebeuren: bv. de eerste schooldag, de geboorte van een broertje of zusje, een verhuizing enz. Deze gebeurtenissen maken op het kind een zodanige indruk dat het zindelijk worden een grote kans maakt om te mislukken.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

Wc potje peuter en tips

Koop een potje zonder al te veel fantasie, of een wc-brilletje. Ga na of het kind er gemakkelijk op kan zitten en er niet te diep in zakt.

Koop het een tijdje vóór u het wil gebruiken, zodat uw kind eraan kan wennen. Zet het op een vaste plaats, bv. in het toilet of in de badkamer, en vermijd dat het kind ermee gaat spelen.

Koop geen kinderstoel met een potje erin, want zo neemt het kind de gewoonte aan een plas te doen of stoelgang te maken terwijl het eet: een gewoonte die later moet worden afgeleerd.

Observeer uw kind eerst gedurende enkele dagen om te weten op welke momenten van de dag uw kind meestal stoelgang maakt of een plasje doet. Probeer dan om het enkele keren per dag op vaste tijdstippen op het potje of op de wc te zetten.

Het is geen continu bedrijf, doe het per dag een keer of vijf! En per keer vijf minuten en niet meer! Raak de regelmaat niet kwijt, een vaste plaats, een vaste tijd.

Het heeft geen zin het kind langer dan 5 minuten op het potje te laten zitten. Het kan zijn dat zijn blaas en/of darmen niet vol genoeg zijn. Het kan ook zijn dat door uw bevel het kind gespannen raakt en zijn spieren niet kan ontspannen.

Het zal in het begin ook gebeuren dat na 5 minuten zitten er niets in het potje ligt, maar wanneer het kind dan rechtstaat het plasje onmiddellijk in de broek komt. Beschouw dit niet als onwil of noem uw kind niet “stout”. Ook grote kinderen en zelfs volwassenen overkomt het dat ze “op bevel” bij een medisch onderzoek onmogelijk een plasje kunnen maken.

Stilaan raakt het kind vertrouwd met het potje of met het toilet en is het trots op de prestatie die het kan leveren. Vanaf dit ogenblik zal het hoe langer hoe meer het potje verkiezen boven de natte of vuile broek.

Als het niet gaat, word nooit kwaad! Als u te streng bent neemt de angst en de spanning toe en wordt het zindelijk worden een lange lijdensweg voor u en voor uw kind. Weet ook dat het kind op die manier zijn vertrouwen in u verliest en op een ander moment opnieuw in zijn broek kan gaan plassen, agressief kan worden enz.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

Zindelijk worden kind

De een is vroeg, de ander laat, heb geduld totdat het gaat. U kunt een kind niet zindelijk maken. U kunt het wel helpen om zindelijk te worden. Pas rond de leeftijd van 2 jaar kan een kind de spier beheersen die blaas en darmen afsluit. Dan pas is een kind in staat om de inhoud van blaas en darmen vast te houden en niet zo maar te laten lopen.

Een kind laat u meestal op een of andere manier merken dat het aan het potje toe is. Het meldt u dat het moet plassen of al heeft geplast of dat het een hoopje klaar heeft. Of het heeft misschien alleen al interesse voor wat er zich op het toilet afspeelt.

Op dat moment kunt u beginnen trainen, d.w.z. nu mag het kind het potje op. De leeftijd op zich is dus als gegeven onvoldoende om met de zindelijkheidstraining te beginnen. Het kind moet voor dit proces:

• de spieren kunnen beheersen,
• kunnen aanvoelen wanneer zijn blaas en darmen vol zijn.

Het kind moet daarbij in staat zijn om enkele vaardigheden aan te leren die nodig zijn om zindelijk te worden. Het moet de woorden en opdrachten in dit verband begrijpen en deze opdrachten kunnen uitvoeren.

Een kind moet bv. ook begrijpen dat zijn broekje uit moet vóór het op het potje kan, vóór u met de zindelijkheidstraining kunt beginnen.

Zoals niet elk kind op zijn lste verjaardag plots gaat lopen, zal ook niet elk kind op zijn 2de verjaardag plots zindelijk zijn. De een is vroeg, de ander laat.

Ook al ontwikkelen sommige kinderen zich op dit vlak erg vlug, toch is de weg naar zindelijkheid lang en kan hij niet anders dan geleidelijk en trapsgewijs worden afgelegd.

Tussen 1 en 2 jaar kan een kind komen tot het ledigen van een volle blaas indien het zijn spieren hiervoor kan beheersen. Pas op 3 jaar is het kind in staat zijn urine willekeurig op te houden. Tussen 4 en 5 jaar kan het ophouden tijdens het urineren, dus vóór zijn blaas volledig geledigd is. En pas op 6 jaar is het kind in staat te wateren wanneer het hem wordt gevraagd, ook al is zijn blaas niet helemaal vol.

Tot 15 maanden heeft het kind in het geheel geen controle over zijn aars (anus of anale sfincter).
Rond deze leeftijd verwerft het kind het lopen en de taalvaardigheid. Het grijpen verfijnt zich. Rond deze leeftijd zal het kind ook het drukgevoel gaan waarnemen in het rectum als gevolg van het zich opstapelen van faeces. Zindelijk worden is een spontaan proces dat je niet mag afdwingen. Dwingt u een kind toch iets te doen waar het nog niet rijp voor is, dan heeft dit een omgekeerd effect. Het kan bv. weigeren om nog op de pot te gaan, angstig worden enz.

Ontdek meer artikels over Baby en kind.

« Meer artikelen

Geen artikelen meer