Godsdienst
Jodendom
De Thora bestaat uit de vijf boeken van Mozes, maar in de praktijk verstaan we er de gehele joodse leer onder, d.w.z. de opgeschreven leer en de mondeling overgeleverde leer.
De Thora bevat de regels van het verbond tussen God en Israël. Het doen van Gods wil is de trouw aan de Thora.
Christendom
De bijbel bestaat uit een Oud en Nieuw Testament.
Het Nieuwe Testament bestaat uit de vier evangeliën van Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Ze bevatten de prediking van Jezus. Dan volgen de Handelingen van de apostelen over de stichting en verspreiding van de jonge kerk. Dan volgen 12 brieven van Paulus, 7 brieven van andere apostelen en het sluit met het Boek van de Openbaring een Visioen van Johannes over het Rijk van God
Islam
De koran bestaat uit soera’s. Dat zijn hoofdstukken. De langste staan vooraan, de kortste achteraan.
In de Koran staan de voorschriften voor het leven van de gelovigen. Deze vormen de grondslag voor het gehele rechts- en levenssysteem van de islam.
De soera’s beginnen met de woorden: ‘In de naam van Allah, de Genadige. de Barmhartige’. Deze zin zeggen zij bij elke belangrijke onderneming.
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
JODENDOM
Het Jodendom is gebaseerd op het Oude Testament, op de Thora. Daarin staan de regels van het geloof, waarvan de bekendste is: ‘Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is enig (Eén). Van God kunnen zij zich geen voorstelling maken en zij kunnen en zij mogen geen beeld van Hem maken. Het belangrijkste is om Gods wil te doen zoals die in de Thora tot uitdrukking komt. De daad komt bij hen vóór het begrip en het gevoel.
Het is hun plicht de Thora en de hele joodse traditie te bestuderen. Al wat de Eeuwige heeft gesproken, zullen zij doen.
CHRISTENDOM
Het Christendom is gebaseerd op de prediking van het Oude en het Nieuwe Testament. Deze vormen samen de bijbel.
Het Nieuwe Testament zien ze als de vervulling van de belofte, die God aan Abraham, de joodse profeten en aan het volk heeft gedaan. Daarom staat de prediking van het Rijk Gods en het leven van Jezus centraal in het leven en in de leer van de christenen. Jezus lijden, dood en verrijzenis nemen een centrale plaats in in het christelijk geloof. Jezus hele leven, wat Hij zei en deed werd door de verrijzenis van Godswege bekrachtigd. Jezus is de Messias. Hij is hun toekomst.
De voornaamste geloofsplichten zijn:
1. Luisteren naar Gods woord
2. De navolging van Christus.
3. De deelname aan het christelijk leven.
ISLAM
Het geloof van de Islam is gebaseerd op de openbaringen die Mohammed hoorde en die hij koran noemde. Het zijn de woorden van God. Met koran wordt ook bedoeld de inhoud van het gehele heilige boek van de islam.
Het allerbelangrijkste is: ‘Er is maar één God, Allah’.
Hun geloof legt hen de volgende 5 verplichtingen op:
1. De heilige Kalma’s, waarvan de eerste is: ‘Ik getuig dat er geen God is dan God en dat Mohammed de gezant is van God’.
2. Het dagelijks gebed. vijf keer per dag (salàt).
3. Het vasten in de ramadanmaand.
4. De armenbelasting (zakàt).
5. De pelgrimage naar Mekka (hajj).
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
Online woordenboek Godsdienst (zie ook deel 1)
Koosjer (of Kasjer, ook Kasjeer): ritueel geoorloofd
Menora: kandelaar (het oudste Joodse symbool)
Neviïm: profeten, de boeken van de profeten en koningen: tweede deel van de TeNaK
Pesach: paasfeest: feest van de uittocht
Seder(avond): orde van de paasavondviering, speciale ceremonie thuis aan tafel ter herdenking van de uittocht uit Egypte
Sjavocot: Pinksterfeest: feest van de wet
Sjema(-Israël): “Hoor Israël”, het belangrijkste gebed:
“Hoor Israël, de Heer uw God, de Heer is één” en de daaropvolgende delen (Deut.6,5-9; 11,13-21; Num.15,37-41)
Synagoge: leer- en gebedshuis
Soekot: het Loofhuttenfeest (meervoud van Soeka=loofhut) intocht
Tefillin: gebedsriemen
Tenach: initialen van Tora, Neviim, Ketoevim; de Bijbel van de joden (Oude Testament)
Torah: eerste en belangrijkste deel van de joodse Tenak, de Pentateuch of de vijf boeken van Mozes.
Tsedeka: gerechtigheid; het gebed betekent: al doen wat goed is voor Jahwe
Bar Mitsva: zoon van het gebod: religieuze meerderjarigheid van jongens op 13-jarige leeftijd.
Choepa: baldakijn waaronder het huwelijk plaatsvindt; ook benaming van de ceremonie van het huwelijk.
Kaddisj: gebed dat herhaaldelijk voorkomt in de liturgie, een lofzang in het Aramees opgesteld.
Ketoevim: geschriften: derde deel van de TeNaK
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
Woordenboek Godsdienst voor beginners: (zie ook deel2)
Ayatollah: geestelijke leider bij de Sjiieten.
Jihad: heilige oorlog. Deze oorlog wordt afgekondigd wanneer volgens de geestelijke leiders onrecht aan de islam aangedaan.
Hadj: bedevaart naar Mekka.
Imam: leider van de gemeenschap. De Imam is geen priester in de eigenlijke zin van het woord. Hij is wel een voorganger in het gebed.
Islam: letterlijk: het zich onderwerpen aan de wil van Allah. In het woord zit ook de stam salaam = vrede. Door zich aan Allah te onderwerpen bereikt men de vrede. Hij die zich aan de wil van Allah onderwerpt is een moslim.
Kaaba: zwarte steen. Volgens de overlevering door de engel Gabriel op aarde gebracht, in feit een meteoriet. Op deze steen zou Abraham zijn zoon hebben willen offeren.
Kalief: opvolger van Mohammed met politieke macht.
Koran: het heilige boek van de Islam. Mohammed ontving van Allah de koran om hem aan de mensen te geven.
Madrassa: school.
Medina: tweede heilige plaats van de Islam. De stad waar Mohammed gepredikt heeft en begraven is.
Mekka: de heilige stad waar de profeet zijn prediking begon. In Mekka staat de kaaba.
Mirhab: nis In de moskee naar Mekka gekeerd waarin de Imam voorgaat in het gebed.
Moskee: huis van gebed.
Muezzin: omroeper van het gebed van op de toren (minaret) van de moskee.
Ramadan: vasten.
Salat: het verplichte gebed (vijfmaal daags).
Sjarada: geloofsgetuigenis van de Islamiet.
Sjaria: de Islamitische wet gebaseerd op overgeleverde uitspraken van Mohammed of wetten die in de loop der tijden door de wetgeleerden werden vastgelegd.
Sjiieten: belangrijke strekking In de Islam (o.a. In Iran).
Soennieten: idem. De meeste van onze Islamitische gastarbeiders zijn soennieten. umma: de (droom van) eenheid tussen alle broedervolkeren van de Islam.
Zakat: aalmoes. Het geven van aalmoezen is een van de vijf pijlers van de islam.
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
De Besnijdenis
Het leven van de vrome Joden wordt door feesten en gebruiken bepaald. Bij de pasgeboren jongens wordt de besnijdenis enkele dagen na de geboorte voltrokken. Daarbij wordt de voorhuid van de penis verwijderd. Bij de besnijdenis krijgt de knaap zijn naam. Peters zijn getuigen van die gebeurtenis.
Op zijn dertiende wordt de besneden jongen een Bar Mitswa, d.w.z. een “zoon van de opdracht”. Op de sabbat na zijn verjaardag wordt hij voor het eerst naar de synagoge geroepen, om een zegenspreuk voor te lezen. De rabbijn leert hem zijn nieuwe plichten. Nu is hij, in de zin van de godsdienstwetten, synagogaal “man” d.i. meerderjarig en medeverantwoordelijk voor de gemeente. In veel gemeenten is het gebruikelijk dat de jongen op die dag een toespraak houdt.
Bruiloft
Veel joodse wetten hebben betrekking op bruiloft en huwelijk. Voor de Joden is de echtelijke band immers een afbeelding van het verbond dat God met Israël heeft gesloten. Die achting voor het huwelijk komt al tot uiting in het scheppingsverhaal. Bij het begin van de Bijbel (Gen. 2,21-24) wordt het al als goddelijke instelling voorgesteld.
Het huwelijk wordt gesloten voor de rabbijn in de synagoge. Het bruidspaar ontvangt de zegen onder een speciaal baldakijn, de choeppa. Beiden nemen een slok wijn uit dezelfde beker. Daarbij wordt de wens uitgesproken dat het huwelijk met kinderen zal worden gezegend.
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
Pesach (= paasfeest), Sjavoeot (= Pinksterfeest of Wekenfeest) en Soekkot (= Loofhuttenfeest) zijn de drie voornaamste feesten van het Joodse religieuze jaar. Ook Jezus en zijn leerlingen hebben ze gevierd. Pesach en Sjavoeot inspireerden de christelijke feesten Pasen en Pinksteren.
Pesach en Sederavond
De joden zijn een volk dat de herinnering aan zijn verleden levend houdt. Zij hebben nooit het lijden, maar ook nooit het goede vergeten dat hun volk heeft beleefd. Boven alles koesteren zij de herinnering aan de bevrijding uit Egypte. Telkens wanneer zij weer werden onderdrukt, gaf de herinnering aan de uittocht uit Egypte hun de hoop, dat God hen ook ditmaal zou bevrijden. De herinnering daaraan leeft speciaal voort in het paasfeest, (Pesach) een van de hoogtepunten van het joodse jaar.
Het feest wordt niet in het godshuis of de synagoge gevierd, maar thuis in de familiekring. Men neemt daarbij een welbepaalde regeling of volgorde in acht, en omdat “volgorde” in het Hebreeuws “seder” betekent, noemt men dit huiselijk feest ook gewoon Sederavond.
Andere joodse feesten
Pesach aan het begin van de lente hoort met het Wekenfeest (Sjawoeot) op het einde van de lente, en het Loofhuttenfeest (Soekkot) aan het begin van de herfst, tot de zogenaamde “bedevaartsfeesten”. Het waren oorspronkelijk oogstfeesten, maar zij werden later gevierd ter herinnering aan bepaalde heilsdaden van God. In het oude Israël ondernam het volk op die dagen een pelgrimstocht naar de tempel in Jeruzalem (Ex.23,17; 34,23). Sjawoeot (het joodse Pinksterfeest) dat zeven weken na Pesach (Pasen) wordt gevierd, was in de oudheid het feest van de tarweoogst. Toen brachten de Israëlieten de eerstelingen van de oogst naar de tempel. Later maakten de rabbijnen die dag tot het feest van “de verkondiging van de Thora”. Tijdens de religieuze plechtigheid van die dag worden de tien geboden voorgelezen.
Soekkot (het Loofhuttenfeest) wordt van 15 tot 23 tisjri gevierd. Dit dankfeest, dat oorspronkelijk werd gevierd wanneer de oogst was binnengehaald, bevat ook nu nog een rijke symboliek.
Voor die feestweek maken de gezinnen, indien enigszins mogelijk, een hut (soekka) in hun tuin, op de binnenplaats of op het balkon. Het dak van de hut is gemaakt van groene takken: in de hut dienen slingers, bloemen, schilderijen of platen als versiering. In de staat Israël worden de mooiste hutten van het dorp of de buitenwijken bekroond. Het gebruik herinnert aan de tocht door de woestijn en aan de wonderbare hulp die het volk daarbij van God kreeg.
Ontdek meer artikels over Godsdienst.
« Meer artikelen
Geen artikelen meer