Onderzoeken
Bij een maligne bottumor (bv. osteosarcoom, Ewingsarcoom, chondroosarcoom) wordt een botscan uitgevoerd om de uitbreiding zowel lokaal als metastatisch na te gaan.
De botscan is nuttig om het klinisch vermoeden van een benigne bottumor (bv. osteoid osteoom) te bevestigen en om de juiste lokalisatie en uitbreiding te bepalen. Omwille van het weinig specifiek karakter van dit onderzoek is het niet geschikt voor differentiaaldiagnose in tegenstelling tot de radiologie.
Ontdek meer artikels over Onderzoeken.
De botscan is het onderzoek bij uitstek voor het opsporen van botmetastasen. De redenen zijn dat de botscan in een zeer vroegtijdig stadium positief wordt (soms jaren voor de RX) en dat er een beeld verkregen wordt van het volledige skelet.
De letsels kunnen solitair, multipel of zeer uitgebreid (“superscan”) zijn. Bij een solitair letsel is het steeds aangewezen een gerichte RX-opname te verrichten om benigne pathologie uit te sluiten. Zo bijvoorbeeld zal een indeukingsfractuur van een osteoporotische wervel scintigrafisch hetzelfde beeld geven als een solitaire wervelmetastase.
Zuiver osteolytische metastasen zijn op de botscan niet zichtbaar. Dit komt slechts voor in minder dan 5 % van de botmetastasen en meestal bij een bepaald type van tumoren zoals het multipel myeloom.
Ontdek meer artikels over Onderzoeken.
DEFINITIE
Botscintigrafie geeft een beeld van de verdeling thv het skelet van een radioactief product met specifieke affiniteit voor het bot.
PRINCIPE
Het radioactief product (de “bottracer”) is samengesteld uit een radioactief deel (bv. radioactief technetium) en een molecule die zich specifiek thv het bot zal fixeren (een fosfaatverbinding zoals difosfonaat) .
De opname van de bottracer thv het skelet gebeurt in drie fasen: de aanvoer van de tracer via de bloedbaan, de neerslag van de tracer thv het mineralisatiefont en de inbouw van de tracer in het bot
OPNAME MECHANISMEN VAN BOTIRACERS THV HET SKELET
1. Aanvoer via de bloedbaan
- Vascularisatie (ook neovascularisatie)
- Bloeddebiet (oa. sympaticustonus)
2. Neerslag thv het mineralisatiefront (osteoid/gemineraliseerd) – Beschikbaar contactoppervlak bloed-mineraal bot
3. Inbouw in het bot
- Afhankelijk van bot turn-over (bv. metabole botziekten, fracturen, … )
- Trager dan 1 en 2
BESLUIT
De botscan is het meest frequente scintigrafisch onderzoek. De voordelen van de botscan zijn de grote gevoeligheid (vaak veel gevoeliger dan skeletradiografie) en de mogelijkheid om een echte whole body opname te maken het hele skelet kan beoordeeld worden. De beelden missen specificiteit, doch het aantal, het aspect en de lokalisatie van de letsels samen met de klinische gegevens suggereren vaak een bepaalde diagnose.
Ontdek meer artikels over Onderzoeken.
Definitie van een uroflowmetrie
De uroflowmetrie is een niet-invasief screeningonderzoek, waarbij de flowsnelheid, uitgedrukt in ml/sec wordt bepaald.
Tijdens dit onderzoek plast de patiënt op een roterend schijfje. Dit brengt een inertietoename teweeg, en de energietoename die vereist is om de schijf met een zelfde snelheid draaiende te houden wordt gemeten en laat toe de flow-snelheid te berekenen. De flowcurve die bekomen wordt door de flowsnelheid uit te zetten in de tijd illustreert het type mictie.
Een uroflow is slechts goed te beoordelen wanneer aan enkele strikte voorwaarden wordt voldaan
- De plas dient te gebeuren met een goed gevulde blaas.
- De plas dient in rustige omstandigheden te gebeuren.
- Het plassen gebeurt in de normale houding.
- Meerdere registraties zijn nodig alvorens een conclusie kan worden getrokken.
Analyse van de volgende parameters gebeuren
- Het geplast volume (ml)
- De max. flowsnelheid (ml/sec)
- De flowtijd (sec)
- De tijd tot de max. flow (sec)
- De mictieduur (sec)
Deze parameters, gecombineerd met het profiel van de curve laten toe de meting te interpreteren.
Indicaties voor een uroflowmetrie
Alle plasproblemen
Tegenindicaties voor het uitvoeren van een uroflowmetrie
Diarree
Ontdek meer artikels over Onderzoeken.
Een echografisch onderzoek is een niet-invasief onderzoek dat gebruik maakt van onhoorbare geluidsgolven met een zeer hoge frequentie: ultratonen. Deze ultratonen worden door het inwendig weefsel van het oog weerkaatst.
Het echografietoestel gaat de weerkaatsingen verwerken tot elektrische potentialen, die in beeld gebracht worden op een scherm.
Indicaties
- Diagnostische echografie: het visualiseren van oculaire structuren bij opake media (troebele lens, cornea of glasvocht)
- Biometrische echografie: ter bepaling van de sterkte van de in te planten lens bij cataractoperatie.
Tegenindicaties
- Perforatie
- Relatieve tegenindicatie: conjunctivitis.
Verloop van het onderzoek
- De patiënt mag op de onderzoekstafel gaan liggen of zitten.
- De arts informeert naar de klachten, het ontstaan, …
- Werkwijze bij een diagnostische echografie:
- De patiënt mag de ogen sluiten, de arts plaatst de transducer (omvormer) op het bovenste ooglid, na aanbrengen van een contactgel.
- De patiënt mag de ogen openen, de arts plaatst de transducer op het onderste ooglid, na aanbrengen van een contactgel.
- Werkwijze bij een biometrische echografie:
- De ogen van de patiënt worden verdoofd (1 dr. Unicaïne).
- De patiënt moet de ogen open houden.
- De arts plaatst de transducer centraal op de cornea.
Ontdek meer artikels over Onderzoeken.