Geschiedenis
De christelijke westerse beschaving is in de vroege middeleeuwen ontstaan (ca. 500-800), langzaam tot bloei gekomen (de volle middeleeuwen 800-1200), ondermijnd door nieuwe visies op mens en maatschappij (de late middeleeuwen 1200-1500).
Deze nieuwe beschaving resulteerde uit de ontmoeting van drie bestaande elementen: de Romeinen, de Germanen en het christendom. De Romeinen hadden een goed ontwikkelde landbouw (graan voor brood), tuinbouw (druiven voor wijn), het gebruik van geld, constructies in steen (gebouwen, bruggen, wegen).
De Germanen echter leefden hoofdzakelijk van veeteelt en jacht; zij hadden geen steden; familie en stam (een groepering van een groot aantal families) vormden de kern van de Germaanse samenleving. Het christendom voerde het monotheïsme in, met één god van liefde; de christelijke kerk probeerde Romeinen en Germanen te verenigen in hetzelfde geloof.
In de 8e eeuw namen de Karolingers de leiding van de westerse wereld die zij tot een kortstondige eenheid brachten. Uit hun maatschappelijke organisatie werd de standenstaat stevig gevestigd: de adel (zij die vechten) met aan het hoofd de vorst, de clerus (zij die bidden), de landarbeiders (zij die werken). Onder de landbewerkers waren er vrijen (vrije boeren met een eigen stuk grond), halfvrijen of laten (gebonden aan de grond van de heer) en onvrijen of lijfeigenen (gebonden aan de grond en aan de persoon van de heer).
Dit statische, hiërarchisch geordend en agrarisch maatschappelijk model werd vanaf de 12de eeuw ondermijnd door de heropleving van handel en steden, waar de persoonlijke vrijheid (’stadslucht maakt vrij’) een grote aantrekkingskracht uitoefende op de plattelands- of domeinbewoners.
Rond 1300 waren de barsten in de traditionele middeleeuwse samenleving duidelijk zichtbaar: de steden met hun vrije burgers stonden klaar om de leiding van de feodale heren over te nemen; het individu maakte zich los van het gemeenschapsideaal en contesteerde de bestaande orde; de leken bevrijdden zich van het cultuurmonopolie van de geestelijkheid; de nationale staten, vooral Engeland en Frankrijk, hadden hun grondvesten voor een eeuwenlang bestaan gelegd.
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
De oudheid, een omschrijving die alleen opgaat voor de streken die ooit tot het Romeinse gebied behoorden, laat men traditioneel beginnen met het ontstaan van de landbouwculturen en -staten. Als eindpunt wordt meestal de val van het Romeinse Rijk (476) opgegeven. Alleen binnen de grenzen van het Romeinse Rijk, d.w.z. in Europa, Klein-Azië, Syrië, Mesopotamië, Perzië, Egypte en Noord Afrika was een vergelijkbare evolutie en ommekeer te constateren.
Een ommekeer die belangrijk genoeg is om, zij het met voorbehoud, een tijdperk te laten beginnen en eindigen. De geschiedenis van India en China bv. kent ook tijdperken, maar zij kent geen scheiding die ook maar enigszins te vergelijken zou zijn met onze cesuur oudheidmiddeleeuwen.
De oudste landbouwstaten en -culturen vindt men in het gebied van de Tigris en Eufraat (Irak) rond 4500 voor Christus. Vanaf 4000 ontstaan ook landbouwculturen langs de Nijl (Egypte), rond de Indus (Pakistan). Vanaf 2800 treft men dergelijke culturen aan op Kreta en vanaf 2200 in China tussen de Gele en Blauwe Stroom. Van dan af vindt men deze ‘moderne samenlevingsvorm’ ook stilaan in de rest van het Middellandse Zeegebied
Het belangrijkste onderscheid tussen deze periode en de vorige is uiteraard te zoeken in het gebruik van het schrift. Deze uitvinding maakte regeren (denk aan de administratie) pas echt mogelijk, al thans voor een groter gebied. Wetten konden voortaan opgetekend worden, maar ook kennis en wetenschap. Via schrift bleven heel wat resultaten van het wetenschappelijk onderzoek voor het nageslacht bewaard. De opgang van de wetenschap, ook de medische, kon beginnen.
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
De prehistorie noemen wij traditioneel de periode van de geschiedenis waarover geen geschreven bronnen bestaan. Zij begon toen de (voorouders van de) mens eigen gereedschappen ging(en) maken, waarschijnlijk al veel meer dan twee miljoen jaar geleden, en eindigde voor het eerst in Mesopotamië (het huidige Irak) omstreeks 3000 voor Christus met de uitvinding van het schrift. Sommige volksstammen leven nu nog in prehistorische toestanden.
Het materiaal van de gebruiksvoorwerpen is bepalend voor de indeling van deze bijzonder lange periode. Zo spreken wij nu over het steentijdperk (oude steentijd en nieuwe steentijd) en bronstijdperk. De ijzertijd viel gewoonlijk al samen met de historische periode.
Over de prehistorie is, ondanks de afwezigheid van geschriften, toch vrij veel bekend. De archeologische vondsten zijn hiervoor erg belangrijk, maar ook de studie van de stammen die nu nog (zo goed als in de) prehistorie leven, geeft veel inlichtingen.
De mens leefde, gedurende de grootste tijd van deze periode, nomadisch van wat de natuur zomaar te bieden had: planten, vruchten, vissen en andere dieren. Stilaan heeft hij zelf dieren gekweekt en werd hij herder. Ook in deze tijd bleef men niet zo heel lang op dezelfde plaats wonen. Aan het nomadenleven kwam slechts langzaam een einde toen men ook zelf zijn vruchten begon te telen.
Maar zelfs de eerste landbouwers verhuisden wanneer hun grond uitgeput geraakte. Meestal valt het einde van de prehistorie samen met het ontstaan van een landbouwcultuur en eventueel grotere bevolkingsconcentraties.
De meest opvallende conclusie i.v.m. de studie van de prehistorie kan misschien zo worden geformuleerd: ‘De prehistorische mens werd geconfronteerd met dezelfde fundamentele vragen en problemen waarmee de mens van vandaag geconfronteerd wordt: leven, ziekte, dood, oorlog, verhouding individugemeenschap, liefde, instandhouding van de soort. De reacties van de prehistorische mens op al deze problemen verschillen – rekening gehouden met de primitieve omstandigheden waarin hij leefde – met onze hedendaagse reacties, niet zo grondig als wel eens wordt aangenomen.’
Wel typerend is dat de meeste problemen niet op redelijke, maar wel op een magische wijze werden benaderd. De hedendaagse wetenschap heeft echter opgehouden deze onredelijke benaderingswijze als primitief, naïef en kinderlijk te bestempelen.
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
28 juni 1907: Het grootste schip ter wereld, de ‘Lusitania’, die 243,20 meter lang is, wordt in de scheepswerven van Clydebank te water gelaten en begint aan zijn eerste reis naar Amerika.
28 juni 1913: Een aanval van het Bulgaarse leger op Griekse en Servische stellingen leidt tot het uitbreken van de Tweede Balkanoorlog.
28 juni 1914: De Servische nationalist Gavrilo Princip vermoordt in Sarajevo aartshertog Frans-Ferdinand, de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger, en zijn echtgenote, gravin Sophie.
28 juni 1919: In de Spiegelzaal van het paleis van Versailles wordt het vredesverdrag tussen Duitsland en de Geallieerden plechtig ondertekend.
28 juni 1948: De Kominform in Boekarest veroordeelt maarschalk Tito en andere leiders van de Joegoslavische communistische partij. In de loop van de volgende weken verbreken de USSR en haar satellietlanden de diplomatieke betrekkingen met Joegoslavië.
28 juni 1846: De Belg Adolphe Sax verwerft een patent op de saxofoon. Een blaasinstrument die zowel is uitgevonden door hem als zijn naam draagt.
28 juni 2006: Troepen uit Israel vallen de Gazastrook binnen.
28 juni 2001: Uitlevering van Slobodan Milosevic aan het Joegoslavië-tribunaal.
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
27 juni (14 juni) 1905: In de haven van Sebastopol breekt muiterij uit aan boord van het slagschip ‘Potemkin’. De matrozen doden hun officieren, hijsen de rode vlag en zetten koers naar Odessa.
27 juni 1947: 38,8°C staat op de thermometer in Ukkel, de hoogste temperatuur ooit in ons land gemeten.
27 juni 1993: Amerika vuurt raketten af naar strategische doelen in Bagdad.
27 juni 2007: Tony Blair stopt na 10 jaar als premier van het land.
27 juni 2008: De rijkste man ter wereld en bouwer van Windows stopt officieel met werken.
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
26 juni 1945: De Conferentie van San Francisco, die op 25 april was begonnen, eindigt met de ondertekening van het Handvest van de Verenigde Naties.
26 juni 1917: De eerste Amerikaanse troepen onder aanvoering van generaal John Pershing ontschepen in Saint-Nazaire.
26 juni 1977: Elvis Presley brengt zijn laatste concert.
26 juni 1963: Uit de mond van John F. Kennedy komen de beroemde woorden: “All free men, wherever they may live, are citizens of Berlin, and, therefore, as a free man, I take pride in the words ‘Ich bin ein Berliner!’”
Ontdek meer artikels over Geschiedenis.
« Meer artikelen
Geen artikelen meer